Krogt Kijkt / 16

 

Ik zit aan een lange tafel. Er liggen drie grote zwarte stenen die electrisch worden verhit, glimmend van het vet. Er komt een verzengende hitte vanaf. Tafelgenoten leggen er stukjes koe, kip, en varken op.
Offers op een altaar.
Het eetfestijn “steengrillen” is begonnen.
Ik hoor sissende geluiden en trek schielijk mijn koude biertje weg van de hitte. Ik weet mij even geen raad.

De stenen hebben dezelfde afmeting als de grootste lithosteen in mijn atelier.
Het oppervlak is met een glazen loper tot de juiste grein gewreven.
De Gerrit Rietveldacademie, toen:
Het lithografische potlood in de aanslag.
De eerste voorzichtige lijn: contact tussen vet en kalksteen.
Meer lijnen, stilte, rust, aandacht voor elke beweging van de hand.
Eerbied voor de steen. Groei van een tekening.
De fixatie met Arabische gom als een bevestiging.
Het ambacht dat mij naar deze academie dreef.

De feestgangster tegenover mij wordt mijn partner in crime: ze heeft op verzoek een bordje gekregen met vriendelijk eten. Dat deelt ze met mij. We hoeven niet te offeren. Patat – en fruitschalen schuiven we als aanvulling naar elkaar toe.
En bier, desnoods lauw.

Vier kleine lithostenen zijn in de loop der jaren naar mijn achtertuin verhuisd. Grafstenen voor Apie, Muisie, Nikkie en Teuntje. Drie poezen en een kater.
Vier huisgenoten rusten ieder onder hun koele, witte steen.
De bamboe maakt een diepe buiging voor ze als het stormt.

Thuis, op de wc gezeten, glimlach ik naar de afdruk van mijn eerste litho,
“De lamme leidt de blinde” 1973.
In mijn ooghoek zie ik een zwart pootje dat de deur open trekt. Storm mijn kat komt een aai halen.

Ach, het was toch een mooi feest : bowlen, karten en steengrillen in Brabant.
Tevreden trek ik door.